Horeca-overlast moet en zal onder de pet blijven

ingezonden brief:

Nog een paar maanden en het is 4 jaar geleden dat ik een wob-verzoek deed: 2 juni 2016. Op dat verzoek is nog steeds geen besluit genomen. Op het nemen van een besluit n.a.v. een wob-verzoek staat maximaal 8 weken.

Morgen tweede zitting bij de Raad van State. Op 15 januari 2019 was de eerste zitting. 

Nadat het 8 weken stil was gebleven na de indiening van de wob-verzoek van 2 juni 2016 stuurde ik een ingebrekestelling. De gemeente beweerde het wob-verzoek niet ontvangen te hebben. Er waren op die dag wel twee faxen van mij binnen gekomen maar die kon de gemeente niet vinden, zodat de gemeente niet kon bevestigen dat mijn wob-verzoek daarbij zat. De ingebrekestelling werd afgewezen. Dat ik de fax kon laten zien hielp niet, want de gemeente hield vol die niet ontvangen te hebben.

Op 22 augustus 2016 diende ik een bezwaarschrift in. Ruim 6 maanden later kwam het besluit op bezwaar. De wet schrijft voor dat een besluit op bezwaar binnen max. 12 weken moet worden genomen. In het besluit op bezwaar stond dat mijn wob-verzoek, hoewel onvindbaar, geacht werd te zijn ontvangen en dat mijn ingebrekestelling dus niet afgewezen had mogen worden. Met dat besluit schoot ik niets op want de informatie kreeg ik nog steeds niet.

Over de op 2 juni 2016 gevraagde informatie stond in het besluit: “die is reeds openbaar en te raadplegen op het stadskantoor”. Of het nog zo is weet ik niet, maar destijds was het standpunt van de gemeente dat er helemaal geen wob-besluit genomen hoeft te worden als er naar het oordeel van het wob-team openbare informatie wordt gevraagd. M.a.w. als de gemeente het niet geven wil zegt de gemeente: je krijgt het niet, want het is al openbaar.

Als er geen wob-besluit wordt genomen moet je dus eerst beroep instellen wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Die omweg is bedoeld om wob-verzoeken te ontmoedigen. Op 26 juli 2017 stelde ik dat beroep in. Op 29 maart 2018 oordeelde de rechtbank dat als er openbare informatie wordt gevraagd de gemeente inderdaad geen wob-besluit hoeft te nemen.

Het probleem van die zgn. openbare informatie is dat die opgeslagen is in het zgn. Squit-archief van de gemeente en daar kan je als burger niet bij. Om dat Squit-archief te kunnen raadplegen heb je de hulp een ambtenaar nodig die alles wat je wil zien eerst moet anonimeren. Het is dus gewoon niet openbaar. Dat had de rechtbank miskend.

Op 9 mei 2018 stelde ik hoger beroep in met het argument dat de gevraagde informatie feitelijk helemaal niet openbaar is en dat ik die toch hebben wou. Op 15 januari 2019 was de zitting bij de Raad van State. De rechter vond het maar raar en probeerde de kwestie in der minne op te lossen. Ze stelde voor dat de gemeente mij als nog de informatie zou geven naar ik op 2 juni 2016 om had gevraagd, voor zover ik die nog niet had. Allerlei geluidsrapporten heb ik nog steeds niet.

Op 11 september 2019 deed de Raad van State in een andere wob-zaak die ik had lopen de uitspraak dat het Squit-archief inderdaad niet openbaar was, omdat je er als burger niet bij kan. Juridische Zaken schreef naar aanleiding van die uitspraak naar de Raad van State dat ze daarom als nog een besluit zouden nemen op mijn wob-verzoek van 2 juni 2016, gelet op de recente uitspraak van 11 september 2019. Dat was 30 oktober en dat besluit zou binnen 4 weken genomen worden.

Morgen is het 10 maart. Dan wil de Raad van State weten hoe het er nu mee zit. Er is echter nog steeds geen wob-besluit genomen n.a.v. mijn verzoek van 2 juni 2016. Naar ik aanneem en hoop gaat de Raad van State nu een forse dwangsom vaststellen voor iedere dag dat de gemeente dat besluit niet neemt.

Vervelend is wel dat de informatie die ik op 2 juni 2016 vroeg inmiddels al niet meer zo bruikbaar is. Dat zal de bedoeling van die vertragingsstrategie wel zijn, want de gevraagde informatie ging over de geluidsoverlast van de horeca in de binnenstad en daar weigert VTH tegen op te treden.

Bijna 4 jaar juridische procedures voeren om documenten los te krijgen over geluidsoverlast van de horeca in de binnenstad. Een normaal mens had het bijltje er allang bij neergelegd. En dat is ongetwijfeld de bedoeling ook.

Interessante vraag: welke portefeuillehouder in het college is verantwoordelijk voor de Wob? Kan de raad die niet eens op het matje roepen?

CvO

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.